Charlottetaartjes

VOOR 4 PERSONEN: 18 à 20 lange vingers • 80 g mix bessen + 100 g frambozen • 2 ronde koekjes (met diameter 6 à 7 cm) • 60 ml slagroom • 15 g kristalsuiker • 1 blaadje gelatine • 1 el citroensap • poedersuiker

ZO GEMAAKT: week het blaadje gelatine 5 minuten in koud water. Mix de frambozen glad. Giet en duw door een zeef en vang de frambozenpuree op. Verwarm de puree met de suiker en het citroensap. Roer tot de suiker is opgelost. Zet het vuur uit, knijp de gelatine uit en laat smelten in de warme puree. Laat afkoelen.
Klop de slagroom stijf en spatel voorzichtig onder de afgekoelde frambozenpuree. Schep in een spuitzak.
Zet 2 kookringen met diameter 7 cm op een met bakpapier beklede bakplaat. Leg er een koekje in. Dit vormt de bodem van de charlotte. Snij één kant van de lange vingers recht. Schik ze, met de rechte kant onderaan en de suikerkant naar buiten, rechtop in de kookringen. Vul ze voor 3/4de met de frambozenmousse en zet minstens 1 uur in de koelkast.

Werk de charlottetaartjes af met de gemixte bessen en eventueel wat poedersuiker.

Je kan de taartjes ook vullen met de helft frambozenmousse en de helft bramenmousse.

(foto Bram Debaenst)